Archive for the ‘training’ Category

Vierdaagse van de Ijzer: Dag 3 – Diksmuide (26/8)

Friday, August 26th, 2011

Ochtendgewicht: 78.5kg – Rusthartslag: 44 (Blijkbaar een beetje veel bijgegeten gisteren, zowaar een kilo verzwaard en dat ondanks al die kilometers…)

Vanochtend, net zoals de vorige dagen, weer ruim wakker voor m’n wekker om 6 uur afloopt. Wat een pokkeweer zeg. Donderen en bliksemen en doen. Watergieten niet normaal. M’n eerste gedacht als ik het slechte weer zie is om een dikkere loopvest en een looppetje te gaan zoeken. Ik loop wel niet graag met pet maar als het regent duurt het anders niet lang (als m’n bril volgespetterd is van de regen) voor ik geen hand voor m’n ogen meer zie. Mét pet dus vandaag.

Onderweg naar Diksmuide is het gevaarlijk rijden, de autostrades liggen bezaaid met grote plassen en het is nog steeds heel hard aan ‘t regenen (te snel voor de snelste stand van m’n ruitenwissers). Ondanks dat ik rustig rijd geeft m’n auto af en toe het tekentje van aquaplaning weer… Pokkeweer zeg.

Aangekomen in Diksmuide, een parkeerplaats gevonden op minder dan een kilometer van de start. Het is nog lichtjes aan het regenen nu. Ik stap uit en raak aan de praat met de mens die voor me geparkeerd staat. Hij vertelt dat het bij hen thuis ook zo’n slecht weer was. Zijn vrouw zegt als het straks zo’n weer is zet ik niet aan hoor. “Gij wel?” vraagt ze aan mij. Ik zeg “Ja zeker”. Ik verbaas me over m’n eigen vastberadenheid, maar ik ben nu zo dicht bij mijn einddoel en ben niet van plan om zo maar op te geven.

Petje en dikke loopvest aan, maar ik kies toch maar voor een korte loopbroek vandaag, het is ondanks de regen toch vrij warm en een korte broek loopt net ietsje lekkerder.

Voor ik me naar de start begeef nog effe de verplichte laatste sanitaire stop. In de openbare toiletten is er geen papier te bekennen, de mens die achter me staat aan te schuiven zegt met uw handen afkuisen eh en daarna uw handen wassen. Niet echt fan van dat voorstel, ik verkies de optie om een cafetje binnen te glippen en daar het toilet op te zoeken.

Nog een half uurtje tot het startsein, weeral een ganse horde wandelaars die staat aan te schuiven. Niet de mogelijkheid vandaag om over het hek te klimmen, dus maar langs achteren aangevallen en me naar voor gewurmd. Ik raak zowaar tot op de 2e startlinie.

Gregory, m’n loopcompagnon van de afgelopen dagen, is niet te bekennen aan de startlijn. Dat wordt dus alleen lopen vandaag denk ik.

Eenmaal van start gegaan groet ik Ludo Depoortere die van opzij zich komt invoegen. Hij heeft gisteren een snelle tijd neergezet en is van plan om het vandaag op een rustiger tempo te lopen. Het zal wel nog iets sneller zijn dan wat ik voor ogen heb vermoed ik, maar ik zet toch maar een tandje bij en been Ludo bij, het is immers een stuk prettiger als je onderweg wat kunt zeggen, dan gaan die kilometers een stuk sneller voorbij.

Ik merk op dat er op een 50-tal meter achter ons een loper hangt, ik zeg tegen Ludo die zou ook beter een zetje bijgeven, dan kan ie met ons samenlopen. Het is goed aan ‘t gieten en we stoppen toch maar even voor ons loopvestje aan te trekken, het geeft de loper achter ons de kans om ons bij te benen. Hij blijkt niet de meest sociale mens te zijn, veel meer dan dat hij Maxime heet krijgen we er niet uit.

Aan het 8 kilometer punt stopt Maxime voor naar het toilet te gaan, aangezien we niet echt veel gezelschap hebben aan die mens zijn we niet van plan van te wachten en lopen we gewoon ons (rustig) tempo door. “Tot straks” roept Maxime nog.

Tot nog toe heeft ons pad zich gevoerd over rustige landelijke tarmac wegeltjes, maar daar komt op kilometer 11 verandering in als we een slijkweg worden ingestuurd. “Ja ‘t ga begunnen wè” zegt Ludo. Het is zoeken om de plassen en stenen te ontwijken. Vaak lopen we doorheen het hoge gras op de middenberm, niet dat dat veel helpt, want na een tijdje zijn mijn sportschoenen toch tjokkenat van me door dit gras een weg te banen.

Na een 3-tal kilometers op dit bospaadje te hebben vertoefd neem ik een plaspauze. Loop maar door zeg ik tegen Ludo, ik haal je straks wel weer in. Terwijl ik aan ‘t plassen ben passeert een loopster. “Hallo” zeg ik, een klein beetje verbouwereerd. Ik haal de loopster terug bij en zeg in het passeren “slecht beloopbaar terrein he hier”. Ik verhoog daarna m’n tempo, ik heb immers beloofd om terug naar Ludo toe te lopen. Het gat wordt vrij snel gedicht en op geen tijd zit ik terug in Ludo z’n zog. Ik zeg tegen Ludo dat er een loopster op komst is. “Kent gezien” zegt ie.

Het is ondertussen gestopt met regenen en we houden even halt om onze loopvest terug rond ons middel te binden. Mede door deze korte pauze komt de loopster aansluiten. Ze blijkt Kaat te heten. Ik heb de indruk dat het tempo vanaf nu ietsje hoger komt te liggen. Met ons gedrieën gaan we verder op stap.

Net voor de eerste “sampling” tussenstop (waar we een blikje ice-tea worden toegestopt) komt Maxime terug aansluiten. Maxime’s blikje is eerst uit en gaat met een 10-tal meter voorsprong van start. Hij zal nu langzaam maar zeker steeds meer afstand van ons nemen. “Nee, ‘t is precies niet de meest sociale mens” zeg ik tegen Ludo.

We lopen nu terug door een bos over goed beloopbare grintpaden. Kaat vertelt dat ze enkel vandaag meeloopt en dat in voorbereiding voor een marathon in Litouwen volgende maand.

Voor we het weten is het 20-kilometer punt gepasseerd. Het gaat verbazend goed bij me vandaag, maar neem toch maar een koekje uit m’n vestzak dat ik al lopend verorber, beter energie bijvullen terwijl je er nog hebt denk ik.

Vanaf het 25 kilometer punt komen we samen met wandelaars die de 16 kilometer afstand afleggen. Het is druk en het is zoeken van links naar rechts om doorgang te vinden. Ik neem de kop van ons 3-koppig peletontje en leg het tempo blijkbaar iets hoger want Kaat zegt “is dat nu mijn idee of zijn we sneller gaan lopen?”. Ik verontschuldig me voor de tempo-verhoging en tracht iets trager te gaan
lopen.

Met momenten worden we over single-tracks gestuurd, hier is van wandelaars voorbij lopen geen sprake, hetzelfde tempo wandelen als je voorganger is de enige optie.

We zijn al een tijdje terug aan het inlopen op Maxime en net voor we hem te pakken krijgen rond kilometer 26 begint ie te wandelen. In het voorbijgaan moedig ik hem aan en zeg “komaan nog 6 kilometer”, maar hij is vastbesloten om verder te wandelen.

Rond het 28 kilometer punt worden we terug een grintweg opgestuurd. Het pad is breed genoeg, maar ligt her en der bezaaid met plassen. Ook is het zo dat de ene groep wandelaars links loopt en de andere dan weer rechts. Ik neem het commando van ons groepje en zigzaggend van links naar rechts baan ik me een weg door de wandelaars, het is zowaar een beetje trailen, ik leef helemaal op want ik doe dat wel graag. Na een 2-tal kilometer hoor ik Ludo zeggen “Peter, zieje haastig dan”. Ik zeg “als ik kan slalommen tussen de wandelaars ben ik niet meer te houden.”. “Kzient” zegt ie. Ik geef de koppositie over aan Ludo en volg zijn spoor.

30 kilometer punt, nog 2 kilometer. Het is toch wel aftellen nu. We zijn ondertussen terug op de gewone baan, het terrein dat Kaat verkiest, ik moet terug even acclimatiseren om het hogere tempo dat ze oplegt vanaf nu terug aan te kunnen.

Na 31.74 kilometer in 3:02:03 (10.5k/u) bereiken we terug de Grote Markt. Gemiddelde hartslag was 143, ongeveer halfweg m’n hartslagzone 2.

Blij dat ik er ben. Ik voel dat de kilometers van de afgelopen dagen toch wel serieus beginnen wegen.

effe na de finish, terug aan mijn auto

effe na de finish, terug aan mijn auto

Morgen de laatste in Ieper.

Vierdaagse van de Ijzer: Dag 2 – Poperinge (25/8)

Thursday, August 25th, 2011

Ochtendgewicht: 77.7kg – Rusthartslag: 43

“Zwaar gehad vandaag. Stikkapot. Peter”

Dat was de inhoud van de sms die ik kort na de aankomst naar Jessie stuurde. Kort en krachtig (en misschien weinig veelzeggend) maar het vat wel het gevoel van vandaag perfect samen hoe ik me voelde na het doorworstelen van dit lastige parcours.

Het is een verre verplaatsing naar Poperinge vandaag en ik weet sinds gisteren dat je auto kwijt raken met al dat volk geen sinecure is, dus toch maar wat extra vroeg opgestaan zodanig dat ik een uurtje op voorhand ter plaatse kan zijn. Na wat rondtoeren zowaar een gratis parkeerplaats gevonden op maar 500 meter van de start. Effe gebabbeld met de locals van dit straatje (die naar buiten komen kijken) en daarna mijn loopgerief aangeschoten. Half uurke op voorhand kom ik aan bij de startplaats, toiletten opzoeken voor een laatste sanitaire stop. Merde, er zijn er nog van dat gedacht, zo’n bende volk dat staat aan te schuiven zeg en bij sommigen duurt het en blijft het duren. Maar allee, nog 10 minuten voor de start, ik begeef me al lopend naar de start. Ik probeer niet om langs achteren me een weg te banen door het volk zoals gisteren (er staan er precies nog meer en ze staan tamelijk dicht bij elkaar) maar loop naar voren en klim over het hek. Een wandelaar grapt “ge weet dat ze u daarvoor 6 dagen in ‘t cachot kunnen steken eh”, doelend op de militaire achtergrond van dit evenement. Ik glimlach en baan me een weg naar voren.

We hebben het nochtans niet afgesproken maar Gregory (m’n loop-compaan van gisteren) heeft net als mij het t-shirt aan van de Brussels (Half) Marathon 2008, het was zijn eerste marathon was en mijn eerste halve. We praten wat bij en snel is duidelijk dat we ook vandaag samen zullen lopen, het tempo zat goed gisteren en als je onderweg iets kunt zeggen vliegen de kilometers sneller voorbij.

Net voor de start begint het te regenen, wat er voor zorgt dat de wandelaars de BV (een locale miss uit Poperinge) aanmanen om toch maar over te gaan tot het geven van het startschot. Het startschot wordt gegeven en al even snel als dat het begon te regenen daarnet gaat het nu weer over.

Doordat we vooraan geposteerd staan lopen we al snel op kop. Voor ons uit rijdt een politiecombi die opeens rechtsaf slaat terwijl het parcours vooruit wijst. (tiens denken we zou die politiecombi dan toch niet van de organisatie zijn). Anyway wij volgen het pijltje en lopen rechtdoor. Na een tijdje haalt de combi ons terug in. Blijkbaar toch van de organisatie dus, maar ze hadden een verkeerde route genomen.

Ludo Depoortere en 3 medelopers halen ons bij. Hij zegt dat we gisteren goed op beeld te zien waren op WTV, een West-Vlaamse locale zender (ik kan da nie pakken in Oost-Vlaanderen). We sluiten even aan bij Ludo en zijn medekompanen, maar aangezien ze rond de 12k/u lopen besluiten we wijselijk om snel los te laten. Het is allesbehalve ons doel om hier een wedstrijdinspanning te gaan leveren, ons doel is immers om comfortabel te finishen zodanig dat we de volgende dagen ook nog aan de bak kunnen.

We worden langsheen landelijke wegeltjes weggestuurd van Poperinge. Hier is het nog vlak en ondanks de inspanning van gisteren lopen we hier vlot 11k/u zonder al te veel moeite. Aan het 5 kilometer bord van de organisatie zie ik dat m’n Garmin nog maar 2,33 kilometer aanduidt. De tijd loopt nog wel maar de afstand beweegt geen moer. Merde. Garmin gereset en herstart en nu wordt wel de afstand gemeten, maar zowel de cadens meting als de hartslagmeting houdt het voor bekeken. Merde, de technologie zit niet mee vandaag. Lopen zonder hartslagmeter dan maar en het op het gevoel doen.

Vanaf nu beginnen ze er ook pittige hellingtjes in te gooien. In een bos raken we de weg kwijt doordat we de pijltjes niet opmerken. Na een rondje teveel te hebben gedraaid maakt een wandelaar er ons op attent langs waar we heen moeten. Het is soms lastig lopen op deze onverharde paden: ze liggen bezaaid met stenen en boomwortels, oppassen waar je je voeten neerplant dus.

Rond kilometer 7 worden we over een boerenhof gestuurd, aan de andere kant van het hof komen we aan een gesloten hekken, maar de pijltjes wijzen wel voorbij het hek. Onder het hekken gekropen en onze weg verder gezet.

Na 10 kilometer gaan we over de grens, Frankrijk binnen, richting Berthen. We worden richting een zendmast gestuurd, die helemaal boven op een heuvel staat. Verrekt pittige klim en op het einde van de helling wordt de hellingsgraad nog wat opgedreven, het is op karakter dat we blijven lopen.

Aan het 17 kilometer komen we tot bij de controlepost waar we onze badge laten inscannen. Na de controlepost raken we opnieuw de weg kwijt, we lopen hier ongeveer een kilometer te veel (en het is net een pittige afdaling/helling), ja de bepijling vandaag is verre van ideaal.

Vanaf nu krijg ik het ook echt lastig, m’n benen zijn totaal verzuurd, het tempo is gezakt onder de 10k/u en krijg ik met de beste wil van de wereld niet meer hoger. De resterende afstand wordt afgelegd op karakter. Het helpt wel dat ik niet alleen op pad ben, op die manier kunnen we elkaar nog wat moed inspreken. Aan het 20 kilometer punt begint het aftellen, de omgeving is nog steeds mooi maar ik kan de hellingen en het natuurschoon al een stuk minder appreciëren dan in het begin van de wandeling. De kilometers gaan nu tergend traag voorbij.

Aan het 26 kilometer punt komen we samen met de andere afstanden, de wandelaars voor je uit zien is een extra motiverende factor en voor ik het weet ben ik terug 11k/u aan ‘t lopen. Ik voel wel dat het wel niet vlot meer bolt want de benen protesteren en zouden het liefst nu al gaan rusten. Nog 5 kilometer doorbijten en de kerk van Poperinge – het eindpunt – wordt steeds groter en we komen er uiteindelijk aan.

Na 30,21 kilometer in een nettotijd van 3:01:10 (10k/u) zit het er op.

Het is vijf voor twaalf als we aankomen (zowel letterlijk als figuurlijk). Stikkapot.

Morgen Diksmuide.

parcours Poperinge

parcours Poperinge